
Over de bierverstrekking in Wallonie zijn al woorden genoeg vuil gemaakt. in wijndrinkend Frankrijk kent men dit probleem niet maar heeft men een andere variatie van ergernis. Zolang er een "Pression" te verkrijgen valt is het ok, maar zodra men overgaat op uitsluitend blik of fles beginnen de problemen: Ze stoppen er maar vier in de koelkast en vullen die pas bij van zodra die vier verkocht zijn, ze snappen niet dat 3 Hollanders en waarschijnlijk ook 3 Belgen niet genoeg hebben aan vier koude biertjes bij een buitentemperatuur van 30 graden. Bij een buitentemperatuur van 30 graden is die nieuwe voorraad van vier blikjes in de koelkast ook niet èèn, twee, drie op de juiste door ons vereiste temperatuur van consumptie. Rest slechts het vertrek naar een volgend distributiepunt alwaar tot onze verbazing het zelfde liedje gezongen wordt. Zelfs na drie dagen intensief gebruik maken van dezelfde verkooppunten snapt men het niet, ja èèn "friterie", die bij de camping doet een poging en past de versnelde koelingsmethode toe door direct na de bestelling van drie biertjes de volgende drie in het vriesvak te plaatsen. Door zeer langzaam te consumeren en de geanimeerde gesprekken volledig uit te smeren, redden ze het bijna.....bijna dus.
Normandie is een mooie streek met een heerlijk vreemd toerisme, stoere mannen op tractoren met visboten, kapiteins op volkse campings, blauw witte strandkotten op straat, soms twee rijen dik, bunkerduinen, kiezelstranden en lauw bier. Hier komen we voor, traditioneel uitgaansvertier is van vroeger dagen, hiervoor en om natuurlijk dè openingszin te vinden maar met de twee gabbers in mijn buurt lukt het me niet om me simulair eenzaam te voelen dus ook poging twee " Oh was ik maar bij moeder thuisgebleven" keur ik per direkt af. De uren vliegen, om over de dagen maar niet te spreken.... de jaren, tja de jaren, daar waren we inmiddels al achter. G. is ( op twee maanden per jaar na ) reeds een erkend Pensionada vertoevend in Portugal, N. gaat over vijf maanden met leeftijdspensioen en I. hikt tegen nog slechts vier jaren werk aan, kortom de dagen van vertier zijn op de rit naar huis na voorbij. De warmste dag van het jaar en toch de lederen motorkleding aan, we moeten tenslotte nog door Belgie, in onze motorogen op Portugal en Griekenland na het gevaarlijkste land om te rijden. Op de motor nog eventjes drie en een half uur de tijd om dè zin te verzinnen, eenzaam opgesloten in de helm en omringd met slechts gebrom van de motor en geruis van de wind blijkt dit een peulenschil, bij Calais heb ik 'm al te pakken: "Ik ben niet zo'n prater" mompelt de man, "wanneer ik in een cafe kom zeg ik bij voorbeeld: één bier".....